nationaal toneel

warning: Creating default object from empty value in /home1/kuehlebo/public_html/goethe/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Tasso bij het Nationaal Toneel.

Woensdag 10 september zag ik de try-out van Tasso bij het Nationaal Toneel. Naar het toneelstuk Torquato Tasso van Goethe.

Goethe begon aan Tasso te werken op 30 maart 1780. Vanaf 14 oktober werkte hij met onderbrekingen aan een proza-versie, maar hij kwam niet verder dan de tweede akte. Op 25 augustus 1781 moet hij deze versie aan hertogin Louise hebben voorgelezen.
Als Goethe 5 jaar later onverwacht naar Italië vertrekt voor zijn bijna twee jaar durende Italiaanse reis heeft hij een aantal onvoltooide projecten bij zich, die hij in Italië hoopt af te ronden; naast Iphigenie, Egmont en Faust ook Tasso.
Tasso heeft Goethe een groot deel van zijn Italiaanse reis beziggehouden: zo bezoekt hij op 2 februari 1787 het graf van Torquato Tasso in het klooster San Onofrio, maar niet het kasteel Belriguardo in Voghiera bij Ferrara, waar het stuk speelt. Tijdens de oversteek van Napels naar Palermo (29 maart – 2 april 1787) ontwerpt hij een nieuw plan voor Tasso. Echter: ook alle andere plannen houden Goethe bezig. In januari 1788 voltooit hij zijn Sturm-und-Drang Singspiel “Claudine von Villa Bella”, neemt hij Faust weer op, neemt zich voor aan Wilhelm Meister verder te schrijven en leest de Torquato Tassobiografie van Pierantonio Serassi uit 1785. In april en mei 1788 ontstaan enige scenes, maar het zal tot 31 juli 1789 duren voor Goethe zijn Tasso definitief voltooid heeft.
Uiteindelijk wordt het stuk op 16 februari 1807 voor het eerst uitgevoerd, in Weimar. Met beperkte middelen, maar in tegenstelling tot wat je uit de in de Goethe-literatuur vrij vaak geciteerde uitspraak van Karl Reinhold (te vinden op pagina 16 van het in 1808 uitgegeven “Saat von Göthe gesäet, dem Tage der Garben zu reifen. – Ein Handbuch für Aesthetiker und junge Schauspieler”)

Sein Tasso zum Beispiel, als episches Gedicht fast unerreichbar, ist doch unstreitig das erbärmlichste langweiligste Drama das je existierte”.

zou kunnen afleiden, met groot succes.

Het is niet eenvoudig een stuk van meer dan tweehonderd jaar oud uit te voeren en betekenis te geven in onze tijd. Het feit dat Goethe veel autobiografie in Tasso verwerkt heeft maakt het er niet makkelijker op. Zo zou ik in ieder geval de strijd tussen Antonio en Tasso uitleggen als Goethe's eigen strijd tussen de staatsman in dienst van de hertog van Weimar die hij was en de kunstenaar die Goethe zo graag wilde zijn.

Zwei Männer sind's, ich hab' es lang gefühlt,
Die darum Feinde sind, weil die Natur,
Nicht Einen Mann aus ihnen beiden formte.

Eigenlijk heeft Goethe in Tasso ook zijn positie in Weimar aan de orde willen stellen, “zerrissen zwischen den Ansprüchen der poetischen und der amtlichen Existenz” (Safranski, “Goethe, Kunstwerk des Lebens”, pg 310), en die zal hij ook, na terugkeer van zijn Italiaanse reis, herzien. En begrijpen wij nu nog iets van zijn relatie met Charlotte von Stein, hofdame van hertogin Anna Amalia van Weimar en dat hij deze relatie in het stuk heeft weergegeven in Tasso's relatie tot Leonore?

In de uitvoering van Theu Boermans is Tasso getransponeerd naar onze tijd. Dat is vrij geaccepteerd in theaterland (in de concertpraktijk is het juist gewoonte te streven naar authentieke uitvoeringen), maar tegelijk is dat waar ik altijd de nodige vraagtekens bij zet – je krijgt namelijk een heel ander stuk. Maar dat was kennelijk ook de bedoeling: zelf zegt Theu Boermans over zijn “Tasso”:

De wereld van tegenwoordig is vooral geïnteresseerd in veiligheid en orde. Waarom zou ze kunstenaars nodig hebben? En waarom zou een kunstenaar de wereld nodig hebben?
Deze voorstelling onderzoekt de relevantie van Goethes tweehonderd jaar oude tekst voor kunstenaars en hun publiek vandaag. Zijn wij in zekere zin niet allemaal vormgevers van ons eigen leven geworden? In de emotionele rollercoaster waarin Tasso en zijn vriendenkring belanden, verbergt zich ook het verlangen van de moderne mensen een vrij en creatief individu te zijn. Via de website van het Nationaal Toneel.

De relevantie van Goethes tweehonderd jaar oude tekst voor het publiek van vandaag onderzoeken doe je volgens mij door het stuk uit te voeren zoals Goethe het bedoeld heeft. Waarschijnlijk kom je er dan achter dat het stuk ons vandaag niet zoveel meer te vertellen heeft, maar dat moet dan maar. Als je een specifieke boodschap hebt voor het publiek anno 2014, kun je wellicht beter een nieuw stuk schrijven.
Laten we eens kijken hoe Goethe is ge-updatet bij het Nationaal Toneel.

Alfons II, de hertog von Ferrara en mecenas van Tasso, is vervangen door de druk telefonerende zakenman Alfonso, met een internetbedrijf "All Fonso”, tagline ‘Connect the world’. Hij is min of meer een rijke vriend van Tasso. De oppervlakkigheid van zijn karakter (snel pak, smartphone, ietwat gestrest, kunst uit snobisme) wordt nog uitvergroot door wat slapstick-effecten, met als vaste grap de verrijdbare wenteltrap die steeds niet was aangesloten op de hoger gelegen verdieping, waardoor Alfonso tot twee keer toe bij opkomst bijna naar beneden valt met de bij Goethe niet authentieke tekst “godverr@#$%$@@”.
Leonore d'Este, zus van Alfonso, “Prinzessin”, is bij Goethe volgens een gangbare interpretatie dus gemodelleerd naar Charlotte von Stein. Het is de strijd tussen de weg van het hart “erlaubt ist was gefällt” en de weg van het verstand “erlaubt ist was sich ziemt”. Niet voor niets zijn er in het originele stuk twéé Leonore's, Leonore d'Este, de zus van Alfonso, die het klassieke ideaal van de “Kalogathia”, van goedheid en schoonheid vertegenwoordigt en Leonore Sanvitale, bij het NT “Eleonore” genoemd, die de sensuele schoonheid verbeeldt. Daar snappen wij nu in het algemeen niets meer van en Leonore komt tijdens de voorstelling van het NT over als een “teaser”, terwijl Eleonore bijna een nymfomane is.

Torquato Tasso und die beiden Leonoren, Schilderij van Karl Ferdinand jr. uit 1839.

Als Tasso na de pauze, als zijn huisarrest is opgeheven, besluit Ferrara te verlaten, probeert Leonore hem op andere gedachten te brengen. Tijdens dit gesprek lopen de emoties wat op en zegt ze in het origineel:

Wenn ich dich, Tasso, länger hören soll,
So mäßige die Glut, die mich erschreckt!

Volgt een lang antwoord van Tasso, dat eindigt met:

Du hast mich ganz auf ewig dir gewonnen,
So nimm denn auch mein Wesen hin!

waarop de regieaanwijzing: ”Er fällt ihr in die Arme und drückt sie fest an sich”
Aangezien Leonore bij Goethe een prinses is, was dat in Goethes tijd zo ongeveer majesteitsschennis, maar in de bewerking van het NT is ze “gewoon” de zus van Alfonso, die “gewoon” een geslaagde rijke zakenman is. Dus zegt ze, als laatste middel om Tasso op andere gedachten te brengen als hij vasthoudt aan zijn besluit naar Rome te gaan “en wat moet er dan van mij worden?”. Tasso legt dit uit als een liefdesverklaring – en ik geloof eerlijk gezegd dat, als ik Tasso was geweest, ik dat ook gedaan zou hebben.
En aangezien Tasso eerder in de voorstelling al platonisch als een hondje in Leonore's schoot gelegen heeft

moet er naar iets sterkers gegrepen worden om Tasso's fysieke respons fout, “nicht ziemend”, te laten zijn: het wordt een tamelijk heftige bijna-verkrachting.
Ik vond deze scène tenenkrommend om naar te kijken en nog iets erger vond ik de daarop volgende circa 10 minuten, waarin Joris Smit als Tasso zich naakt, met als enige kledingstuk dat belachelijke rubberbandje waaraan zijn zendertje is vastgemaakt, voortdurend zorgend dat het 'uitzicht' beperkt blijft, in een pietà-achtige houding aan Antonio vastklampt, de slottekst declamerend over de schipper van een zinkend schip die redding zoekt bij de rots waarop hij zojuist te pletter is geslagen.

Een artistieke “bijna-verkrachting” vond ik de liedjes die in de voorstelling geslopen waren. Waarom was dat nodig? Om het voor het publiek leuk te houden? Of voegen die liedjes iets toe aan de interpretatie?
Het werd nog net geen “Tasso, de Musical”, maar het was op het randje. De Theaterkrant schrijft zelfs:

De jonge acteurs spelen hun rollen pront en energiek in een fraaie en ingenieuze scène, met weer zo’n chesterfield, en zingen er af en toe een liedje bij.

Het devalueerde Goethe's Tasso tot een vaudeville – terwijl Goethe zelf het stuk toch duidelijk “Tasso – ein Schauspiel” genoemd heeft.
Niet alle muziek kende ik overigens, maar wat ik kende riep wel vragen op.

Zo is er al vrij in het begin de kroningsscène: Tasso heeft zojuist zijn "Gerusalemme Liberata" voltooid en overhandigd aan Alfonso. Die geeft zijn zuster Leonore opdracht de lauwerkrans van het het borstbeeld van Vergilius te halen en hem op het hoofd van Tasso te zetten. Hierop hadden de beide Leonores zich al verheugd, bij binnenkomst in de zaal zaten de dames al op hun chesterfield lauwerkransen te vlechten zoals mijn zusjes vroeger op de oisterwijk samen zaten te borduren. Terwijl Tasso knielt en Leonore met de lauwerkrans plechtstatig naar voren schrijdt om Tasso de krans op het hoofd te zetten begint de muziek van het slotdeel van "King all Glorious", het "Crown him with many crowns", te klinken en Eleonore zingt/blèrt dit behoorlijk vals mee. Dat vals zingen is bedoeld, mag ik hopen.

Crown Him with many crowns,
The Lamb upon His throne;
Hark! How the heav’nly anthem drowns
All music but its own!
Awake, my soul and sing
Of Him Who died for thee,
And hail Him as thy matchless King
Through all eternity.

Dit werk is, in al zijn platheid, een hit voor kerkkoren. In mijn tijd als kerkmusicus heb ik het ook wel uitgevoerd – ik slaap er nog wel eens onrustig van. Maar wat heeft het hier te zoeken?
Wat is de bedoeling? Is de lauwerkrans een grap? Waarom moet Eleonore vals zingen (ze kan beter, zoals we op het eind van de voorstelling merken)? Of wijst het vooruit naar de slotscène, waar Tasso en Antonio in een "pieta"-positie zijn geënsceneerd. Dan is de lauwerkrans een doornenkroon en komt het lied met de zin “The Lamb upon His throne” in een ander daglicht te staan. Of ben ik hier aan het “hineininterpretieren”? Was het gewoon “zomaar” een liedje? Ik wil het snappen.
Even later wordt, in een ruzie tussen Tasso en Antonio de afbeelding van Leonore vernietigd. Antonio (Justus van Dillen) blijft achter en zingt "Che faró senz'Euridice", uit de opera “Orfeo” van Gluck. Met kopstem, als een counter-tenor. Prachtig overigens. Terecht kreeg hij een applaus, al zal het feit dat dit stuk bekend is bij de vaste ClassicFM – ”klassiek-voor-iedereen” – luisteraar geholpen hebben. Maar waarom déze aria, waarin Orpheus het nu definitieve verlies van Euridice betreurt? Is het een verwijzing naar de geheimzinnige ziekte van Leonore, waardoor ze op het randje van de dood is geweest? Is Antonio ook verliefd op Leonore? Of op het schilderij? Schrijft de theaterkrant:

Antonio ten slotte is bij Boermans een Zuidas-closetnicht, uit verzet tegen zijn onderdrukte ware aard strak in het pak, politiek reactionair en door en door vals.

Zuidas-closetnicht? Hmm, is mij tijdens het hineininterpretieren ontgaan. Door en door vals? Had hij "Schadenfreude"? Of is het erin gestopt "omdat het kon" - het zangtalent was er, dus laten we er een liedje instoppen.
Wel heel aangrijpend vond ik het lied “When I was a young girl” van Feist, dat Leonore vlak voor de pauze zong. Een sobere begeleiding van bijna alleen een trom en de hartverscheurende gitaarpartij die Joris Smit als Tasso daar live vanuit zijn kamer tegen in speelde (eerder hadden we hem ook al goed piano horen spelen en zingen) gaven het lied een extra lading: twee hunkerende zielen die naar elkaar verlangen – maar elkaar niet kunnen krijgen. Wees de helaas vals gestemde gitaar hiernaar vooruit – de “liefde” tussen de twee is niet op dezelfde frequentie – of is dit alweer hineininterpretieren? Was de gitaar gewoon niet goed gestemd? Mag eigenlijk niet gebeuren! (Tip: er zijn stem-apparaatjes, als je niet op je gehoor kunt vertrouwen).
En dan nog is het aardig om na te denken over waar het lied eigenlijk over gaat. Als dit een bewuste keus is, is het een wel heel eigen interpretatie van Boermans over de ziekte van Leonore waar in het stuk sprake van is (Syfilis in dit geval), en geeft het mogelijk ook een verklaring waarom we Leonore tijdens de voorstelling geregeld pillen zien slikken. We worden daar eigenlijk over in het ongewisse gelaten.

Na de pauze wordt het dus allemaal behoorlijk heftig, maar daar heb ik al over geschreven.
Qua plaatje was het zonder meer een hele mooie voorstelling en dat is ook wat waard natuurlijk. Maar de Goethe-liefhebber en purist in mij hadden het af en toe wat moeilijk.
Behalve dan dat op het eind er door de acteurs nog een prachtige a capella versie gezongen werd van “In einem kühlen Grunde”. Origineel een gedicht uit 1809 van Joseph von Eichendorff, gemaakt naar aanleiding van zijn niet beantwoorde liefde voor Käthchen Förster getoonzet door Fr. Glück in 1814. De acteurs waren inmiddels in kledij gestoken die meer overeenkomt met de tijd en de sfeer van Goethe; Alfonso zag er zelfs een beetje uit als Amadeus (aka W.A. Mozart) in de gelijknamige film, maar dat zal dan ook wel weer mijn interpretatie zijn. De verrijdbare wenteltrap was eindelijk aangesloten aan de hoger gelegen verdieping op het toneel en over het hoe en waarom durf ik inmiddels niet meer te speculeren.
Weliswaar niet helemaal zuiver gezongen, maar zeker ook niet onaanvaardbaar vals. Bovendien door de vijf mooie stemmen die prachtig mengden een zalfje voor het oor.
Gelouterd na dit heerlijke miniatuurtje liep ik de zaal uit; was de hele voorstelling maar in deze sfeer geweest. Maar dan was de rest van het publiek waarschijnlijk met de pauze naar huis gegaan.

Syndicate content