Goethe - Zelter Briefwechsel

Vorige week tijdens mijn voorjaarsvakantie in Maastricht gekocht bij Antiquariaat "De bovenste plank": Goethe - Zelter Briefwechsel; Auswahl, Vorwort und Kommentar von Werner Pfister.

Het is natuurlijk slechts een Auswahl, maar ik hoef ook weer niet altijd alles te hebben - er is al heel wat meer Goethe dan ik kan lezen gezien de beschikbare tijd. Maar waar ik gelijk aan begonnen ben is het Vorwort en dat is al meer dan de moeite waard.
De literatuuropgave geeft ook interessante titels, o.a. als je toch ooit ergens de complete brieven zou willen lezen. Nou, die kun je gewoon op het internet vinden en in meerdere uitgaven, daarom hier mijn keus:

Der Briefwechsel zwischen Goethe und Zelter; im Auftrag des Goethe- und Schiller- Archivs nach den Handschriften herausgegeben von Max Hecker.
Vol. 1. 1799-1818.- Vol. 2. 1819-1827.- Vol. 3. 1828-1832.

Ook in de literatuuropgave de Zelter-biografie die Lortzing-kenner Georg Richard Kruse schreef als band 54 in Reclams Musiker-Biographien. Niet te vinden in een Nederlandse bibliotheek en ook niet online. Dat wordt dus nog flink langs antiquariaten gaan - ooit kom ik er wel aan. Maar ik schrijf toch ook hier dat ik geïnteresseerd ben, je weet maar nooit :-)
Wel de Zelter-biografie van Wilhelm Rintel en Ludwig Sieber - Karl Friedrich Zelter und der deutsche Männergesang.
En daarmee komen we dan bij Zelter's belangrijkste bijdrage aan de muziekgeschiedenis: de Berliner Singakademie. Deze Singakademie was min of meer tot stand gekomen door Zelter's leermeester, Karl Friedrich Christian Fasch, componist en tweede clavecinist (naast Carl Philipp Emanuel Bach) aan het hof van Frederik de Grote. Sinds 1789 organiseerde Fasch avonden voor zijn leerlingen, waarbij vooral ook gezongen werd. Rond 1791 ging Zelter aan deze avonden deelnemen en spande zich in om voor dit gezelschap een geschikte oefenruimte te vinden. Dat werd uiteindelijk een ongebruikte zaal in de Koninklijke Academie der Kunsten - waaraan ook de naam "Singakademie" te danken is. Na de dood van Fasch nam Zelter de leiding van de Singakademie over. Ook schreef hij een biografie over Fasch.
Tot slot in de opsomming van literatuur over Zelter in het algemeen en de betrekkingen tussen Goethe en Zelter in het bijzonder: op het voortreffelijke Goethezeit Portal is een opstel te vinden van Dr. Edith Zehm: "Die „radicale Reproduction der poetischen Intentionen“: Goethe und Zelter".
De invloed van Zelter op Goethe was vrij groot en daarom zijn de brieven interessant. Maar gelijk ligt daar ook een punt van kritiek: Zelter's rol als componist is vrij marginaal en met zijn conservatieve opvattingen heeft hij Goethe volgens critici vaak negatief geadviseerd in muzikale zaken.

Als Komponist blieb Zelter unbedeutend: eine Randerscheinung der Musikgeschichte, die gleichsam in einer Fußnote abgehandelt werden kann. Aber auch dem Pädagogen Zelter steht man nicht unkritisch gegenüber - zumal er es vor allen darauf anzulegen schien, die aufkeimenden biedermeierlichen Gefühlsüberschwänge seiner Schüler auf einen wohltemperiert-nüchternen, dafür aber regelkonformen vierstimmigen Satz zurückzubinden. Manche frühen Werke von Felix Mendelssohn-Bartholdy, dem Meisterschüler Zelters, kommen diesem Lernziel denn auch hörbar nahe. (Pfister, Vorwort pag. vi.)

Ook zijn vele composities op teksten van Goethe zijn achterhaald - andere componisten, te beginnen met Schubert, deden dat beter en hun zettingen - in tegenstelling tot die van Zelter - hebben dan ook de tand des tijds doorstaan. Maar Goethe zelf dacht daar anders over - hij mag dan een genie zijn geweest, maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat hij altijd een juiste kijk op muziek had.
Zelfs Johann Christian Lobe kon Goethe in 1820 niet op andere gedachten brengen:

Das Zeltersche ist selten mehr als die nötige Erfüllung der Harmonie und die Ergänzung und Ausgleichung des rhythmischen Flusses. Die Neueren haben es in ihren besseren Werken zur Mitsprache des Gefühls erhoben.

Goethe was het er niet mee eens - mogelijk uit vriendschap met Zelter. En ik geef toe: terwijl ik dit stukje schrijf luister ik via Spotify naar "Des Mädchens Klage" liederen van Zelter, gezongen door Andrea Folan en ik vind het best aangenaam luisteren. Biedermeierlich, zeker, maar Lobe is IMHO te hard in zijn oordeel.
Zelter mocht Goethe "dutzen", een voorrecht dat zelfs Schiller niet gekend heeft - en waar andere componisten zich slechts zo'n tien jaar als Goethe's hofcomponist mochten beschouwen - Joh. André (1766 - 1776), Philipp Christoph Kayser (1777 - 1787), Joh. Friedrich Reichardt (1788 - 1798) speelde Zelter zijn rol meer dan dertig jaar, van 1799 tot Goethe's dood op 22 maart 1832. Zelter sterft 15 mei van hetzelfde jaar - acht weken later.